Vrouwen zijn ondervertegenwoordigd in de politiek*. Niet omdat ze er niet zijn, niet omdat ze een jong gezin hebben en niet omdat ze geen tijd hebben. Dat vrouwen niet actief zijn in de lokale politiek komt door: de huidige politici die niet aanspreken, de structuur die achterhaald is en het ligt ook aan de vrouwen zelf. 

Twaalf vrouwen tussen de 29 en 60 jaar heb ik gevraagd naar hun visie, kennis en ervaring met de lokale politiek. Daarmee heb ik inzichten verkregen waarmee de kloof tussen de politiek en de vrouwen kan worden verkleind.

De meeste vrouwen geven direct aan, dat zij ‘niet in hokjes willen denken’ en dat er volgens hun geen verschil bestaat tussen mannen en vrouwen in de politiek. Toch blijkt uit hun inhoudelijke antwoorden, dat de (structuur van de) politiek zich zal moeten aanpassen om interessant te zijn voor vrouwen en waarbij ze hun kennis en expertise kunnen delen.

Onechte redenen ontmaskerd

Verrassend vaak wordt in de gesprekken aangegeven dat het gezin geen reden is om weg te blijven uit de politiek. ‘Al had ik geen kinderen gehad, dan was ik had ik de politiek ook niet ingegaan. De kids zijn geen excuus.’  Ook het aspect ‘tijd’ speelt geen rol om de politiek links te laten liggen (al wordt het een enkele keer wel als reden gegeven). Het is eerder een kwestie van prioriteiten stellen. Maar waarom is de politiek dan geen prioriteit? En als tijd, gezin en geen interesse niet de redenen zijn, wat zijn dan wel de echte redenen waarom vrouwen (lokaal) niet politiek actief zijn?

De huidige mensen in de politiek 

1. Zilvergrijze mastodonten spreken niet aan

Ellebogenwerk, persoonlijke waardering (ego’s) en worden verkozen lijkt bij de huidige politici belangrijker dan om echt wat te doen voor de omgeving. Aanvoelen, flexibel zijn, met bezieling dingen brengen, praktische aanpak, passie en drive vinden de vrouwen onvoldoende terug bij lokale politici. ‘Zodra iemand raadslid wordt, praat hij ineens anders tegen me en sterker nog, sommige raadsleden zijn compleet veranderd. Die zie ik niet meer en praten ook niet met me.’ Als politicus moet je ‘harder’ worden om te overleven en dingen voor elkaar te krijgen, maar dat is niet wat ze zelf willen. Ze willen zichzelf kunnen zijn, zonder alleen (vooral) op waardering/erkenning gericht te zijn. De ‘zilvergrijze’ vergadermastodonten, die het vergaderen tot hun hobby verheven lijken te hebben, zijn niet de mensen met wie de vrouwen hun vrije tijd willen doorbrengen. 

De invulling van de rol van gemeenteraadslid wordt ook niet als positief ervaren. Het beeld bestaat dat de (voornamelijk) mannen vooral voor hun eigen belang gaan. Ze kijken niet (voldoende) naar hun omgeving. ‘Een jaar voor de verkiezingen hoor je ze weer. Dan nemen ze ineens ook veel beslissingen. Zijn dat nou de sterkste keuzes voor de toekomst? Ik denk het niet. Als ik de politiek in zou gaan, zou ik veel meer rekening houden met de mensen om me heen’. De dames zouden meer luisteren en samenwerken, zodat iedereen er voordeel van heeft.

Structuur van politieke partijen is achterhaald

2. Structuur van politieke partijen is achterhaald / Expertise is niet wat telt

Een heel proces om überhaupt raadslid te worden en dan nog eens vier jaar lang, twintig uur per week besteden. Dat is niet wat de vrouwen aantrekt. Meerdere dames geven aan wel te willen meedenken. Vooral op thema’s waar ze affiniteit mee hebben of (werk)ervaring in hebben: onderwijs, zorg en woningbouw/ruimtelijke ordening. Dus specifiek op basis van inhoudelijke thema’s, behapbaar en inpasbaar en niet (zoals het nu is geregeld) over alles een beetje moeten weten en je vier jaar lang committeren. 

Het is voor sommige vrouwen ook onduidelijk waarom ze zich vanuit een politieke partij verkiesbaar moeten stellen. ‘Als ik vanuit mijn expertise kan meedenken over een onderwerp, waarom moet ik dan eerst aansluiten bij een politieke partij?’ 

3. Onduidelijkheid over het verschil te maken met politiek

De meeste vrouwen maatschappelijk betrokken actief. Ze zijn bestuurslid bij een vereniging, WMO-adviesraad of monumentencommissie. Het raadslidmaatschap hebben ze niet overwogen (op één na, zij zou graag burgerraadslid worden, is lid van een partij). 

Het is niet duidelijk waarmee ze als politicus het verschil kunnen maken. ‘Ik weet niet eens hoe ik raadslid of wethouder wordt, laat staan wat ik dan moet doen. Stukken lezen en veel praten zeker? Ik ga liever met mensen in gesprek en doe dingen om echt het verschil te maken’. ‘Ik zie niet zo in hoe ik door de politiek in te gaan, kan zorgen dat ik verandering kan brengen’.

4. Politieke schizofrenie / eenheidsworst

Een aantal vrouwen weet welke partij er bij ze past. Toch is er ook een aantal, dat geen keuze kan maken voor één partij. Er is niet één partij die alle standpunten omvat. In plaats van kijken naar een of enkele onderwerp en waarop de dames het verschil kunnen maken, blijven ze kijken naar het totaalplaatje: en dat matcht niet volledig bij hun standpunten. ‘De ene partij is goed voor het groen, de ander voor ondernemerschap. Ik vind het allebei belangrijk, maar het zit niet in één partij.’ Dit is een reden om zich niet aan te sluiten bij één politieke partij.

De vrouw zelf

5. Onzekerheid: ‘Ik ben een politieke dummy’ 

De vrouwen zijn ervan overtuigd dat je als raadslid ‘alles moet weten en in alles de beste moet zijn’. Ze zien geen rol voor zichzelf weggelegd in de lokale politiek omdat ze niet aan hun eigen beeld kunnen voldoen. “Ik wil al mijn dossiers goed lezen, want anders voel ik me ongemakkelijk’ . ‘Die mannen praten zo snel over alles mee, ik bereid me liever goed voor’. Ze hebben (nog) geen politieke ervaring en vinden dat ze eerst meer van een onderwerp moeten weten, voordat ze er een mening over kunnen hebben, laat staan zich in de politiek te begeven.

6. Geen verbinding voelen met politiek (algemeen)

‘De politiek’ wordt gezien als een andere wereld. De vrouwen hebben niet het idee dat raadsleden en wethouders bezig zijn met wat er echt leeft in de samenleving. Ook weten de vrouwen niet precies hoe ze lid- en actief kunnen worden bij een politieke partij. Dat er bijvoorbeeld een vereniging achter zit met een bestuur en met leden is niet altijd bekend. Ze weten ook niet precies bij wie ze zich kunnen melden. 

7. Afwachtende houding

De vrouwen zouden vereerd zijn als ze zelf gevraagd worden voor de gemeenteraad of een andere functie. Ze vragen zich soms af waarom zij (nog) niet zijn benaderd door een politieke partij. Eén van de vrouwen is wel benaderd door een politieke partij met de vraag of ze op de kandidatenlijst wil voor de komende gemeenteraadsverkiezingen. ’Het was alleen de verkeerde partij.’ 

Van een aantal dames is recent hun -mannelijke- partner of collega die al maatschappelijk actief is, benaderd door een politieke partij, met de vraag of hij op een kandidatenlijst wil staan. De centrale vraag vanuit de partij was: ’Wil je op de lijst, want we hebben nog bekende gezichten nodig.’ De gevraagde mannen staan er open voor om zich te kandideren. Door de dames werd de vraag ervaren als onjuist en raar. De vrouwen willen -als ze benaderd worden- gevraagd worden om hun expertise en denkkracht – niet (alleen) om een partij aan meer stemmen te helpen en zeker niet omdat ze vrouw zijn. Hoe de lokale politici erachter zouden moeten komen waar de expertise van de dames ligt, zonder dat ze hun expertises kenbaar maken, dat weten ze niet.

8. Bang om als excuustruus bestempeld te worden

De huidige vrouwen in de lokale politiek, worden vaak door andere vrouwen als excuustruus gezien. Harde kritiek op de dames politici: ’Ze hadden geen andere vrouw, dus hebben ze haar op de lijst gezet. Ze is niet representatief en wat bereikt ze nou eenmaal?’ De vrouwen bestempelen elkaar als excuustruus en willen zelf niet als zodanig worden gezien. ‘In haar plaats had ik niet in de raad gewild, want ze zit er alleen omdat ze vrouw is. Daar doe ik niet aan’. 

Hoe kunnen we vrouwen wel actief betrekken bij de politiek? Lees het in blog 3: 5 tips om vrouwen te verleiden de politiek in te gaan. In blog 4 leest u vier tips voor vrouwen voor een geslaagde politieke entree. 

*) Deze blog schreef ik in 2017. Inmiddels zijn we 2 jaar verder en bestaat de delegatie van Nederlandse leden van het Europees Parlement voor 50% uit vrouwen. Toch kan (moet!) er nog veel gebeuren op lokaal niveau om de vrouwen te betrekken bij de politiek.