Op mijn zeventiende besloot ik een jaar naar Amerika te gaan. Ik wist nog niet goed wat ik wilde studeren en met de MTV beelden uit New York en Florida in mijn gedachten, meldde ik me aan voor een jaar High School. Op mijn eigen middelbare school in Noordwijk keek iedereen me raar aan. ‘Naar Amerika? Waarom dan?’ Niemand ging ver weg studeren en al helemáál niet naar het buitenland.

Best een goede vraag. Waarom ik weg ging? Dat kon ik niet gemakkelijk beantwoorden, maar ik wist wel dat ik weg wilde. Dat ik me avontuurlijk wilde voelen en dat het land van de American Dream, gele schoolbussen en succesvolle mensen (op TV dan…) een enorme aantrekkingskracht had op me.

Het eerste weekend in New York was precies zoals ik hoopte: de COCA COLA vrachtwagens flitsten aan me voorbij. Met Braziliaanse studenten geinen op het Empire State Building – de wereld lag letterlijk aan onze voeten en wandelen tussen de ‘skyscrapers’ en in Central Park Na drie dagen vloog iedere student weer door naar Staten waarvan ik nog nooit had gehoord. Zelf vloog ik via Chicago, Salt Lake City naar ‘Potato State; Idaho.

Op het vliegveld stond mijn nieuwe ‘hostfamily’ te wachten. Cowboylaarzen, ringbaartje, tig kilo teveel en cowboyhoed op. Tussen de strobalen in de pick-up werden mijn koffers gezet en zo reden we van het vliegveld naar een gebied met steeds meer aardappelvelden en steeds minder huizen.

Eén jaar lang heb ik bij een Mormoons gezin geleefd: 5 kinderen, een paar kleinkinderen, 3 keer per week naar de kerk (soms 3 uur durende kerkdiensten!), geen koffie, cola, ouders die een actieve rol spelen bij de huwelijkspartner en geen (levens) ervaring buiten de eigen regio.

Terwijl ik dacht ‘Ik bel AL zeventien en ik ga het wel even maken hier’, dacht de familie er anders over. ‘Ze is PAS zeventien en haar ouders willen haar wel héél terug, dus we laten haar niet alleen’

Kort en goed was het een ongelofelijk zwaar jaar. Integreren in een ‘community’ waar de kerk een prominente rol speelt, waar geen openbaar vervoer was, ik op de fiets nergens heen kon (behalve naar het volgende aardappelveld), ik niet vaker dan 1x op een ‘date’ mocht met dezelfde jongen omdat ik toch niet ‘een van hun was’ en meisjes op hun zeventiende op één taak werden voorbereid: het huwelijk. We hebben zelfs trouwjurken gepast – voor mij heel lollig, maar voor de anderen ‘serious business’.

Toch heeft deze ervaring mijn leven verrijkt. De Amerikaanse spirit, het ondernemerschap, het onderwijs en de Amerikaanse politiek fascineert me. Ik heb geleerd dat ik alles kan leren wat ik wil. Een nieuwe taal leren? Binnen twee weken sprak, las en droomde ik in het Engels. Golfen? Na drie weken iedere dag golf-les kon ik een aardig balletje slaan. Skieen als vak op school? Off-piste ging ik als een speer.

Tien jaar later ging ik met Martin terug tijdens mijn huwelijksreis. Samen hebben we mijn oude ‘Pototato State’ vrienden bezocht. Zij organiseerden een feestje voor me (Why are you married so late, ‘Shanaka’?) en ik wist zeker dat zij niet alleen op mij een onuitwisbare indruk hebben gemaakt. De ‘free girl from Holland’ heeft toch ook een plekje in hun hart. Dat deed me toch goed.

Wat wil jij nog doen in je leven? Iets waarvan je nog niet weet hoe het gaat uitpakken – maar dat je wel zeker weet: DIT MOET IK GAAN DOEN? Ik ben benieuwd